Het SprintPlan van Aegon dochter Spaarbeleg: de echte feiten

Het SprintPlan is door Aegon/Spaarbeleg vormgegeven als zg. aandelenleaseplan. De term ''leaseplan'of ''leasen'' of aandelenlease'' werd evenwel consequent verzwegen door Aegon/Spaarbeleg in advertenties en brochures.  Kenmerk van zo'n leaseplan is dat u een lening aangaat, steeds voor vele duizenden, soms tienduizenden euro's. Over de lening (door Spaarbeleg in de advertenties en de meeste brochures consequent aangeduid met de term  'voorgeschoten bedrag') betaalt u uiteraard rente: 8,3% (effectief). Die rentebetalingen vormen uw maandelijkse 'inleg' (voor Spaarbeleg is 'inleg' dus synoniem aan 'rentebetaling'; voor een normaal mens is het dat uiteraard niet !). U spaart of belegt dus niet via uw maandinleg in 5 jaar tijd een kapitaaltje bijelkaar, nee u betaalt rente over een lening. Het geleende bedrag wordt vervolgens voor u belegd; bij het SprintPlan in het Aegon Garantiefonds. Het geleende bedrag moet u (aan het eind van de looptijd) uiteraard terugbetalen. De SprintPlan belegging in het Spaarbeleg Garantiefonds is een belegging in een zg. clickfonds.  Over de na april 1998 aangeboden variant van het Sprintplan  hieronder meer !. Zo'n clickfonds belegt in aandelen of in een aandelenindex, waarbij het neerwaartse koersrisico -koersen kunnen immers stijgen en dalen- van de aandelenbelegging door middel van opties wordt afgedekt. Die opties vormen een verzekering tegen koersdaling, maar de kosten ervan komen uiteraard voor rekening van de beleggers in zo'n clickfonds (de SprintPlandeelnemers !). 

Tel uit uw 'winst' !
Misschien had u uzelf op basis van de presentatie in de advertentie of de  brochure van Aegon/Spaarbeleg al rijk gerekend. Of zal het verkooppraatje van de tussenpersoon (lees: verkoper) u over de streep hebben getrokken. Nu even de echte feiten:
Meneer A sluit in jaar X een SprintPlan af. Zijn maandinleg is fls.400,-- (euro.181,51). Meneer A meent hiermee maandelijks geld 'in te leggen' om zo de voorgespiegelde 'pot met goud' aan het eind van de horizon bijeen te sparen. In werkelijkheid betaalt hij rente over een lening van fls.60.000,-- (euro.27.226,81). Totaal aan rentebetalingen gedurende de looptijd van 5 jaar, oftewel zestig maanden is: 60 x 400,-- = fls.24.000,-- (euro.10.890,73).
Het geleende bedrag wordt door Spaarbeleg (zo stelt Spaarbeleg althans !) geïnvesteerd in het Aegon Garantiefonds. In een doorsnee beleggingsperiode van 5 jaar mag meneer A er van uitgaan dat dit fonds een rendement zal opleveren van circa 6 à 7%. Deze 6 à 7% weegt uiteraard niet op tegen de betaalde rente over de lening, want die is 8,3% (effectief) per jaar. Conclusie: rendement minus financieringskosten = verlies. Levert een SprintPlan in een vijfjaarsperiode dat er sprake is van een gemiddeld beleggingsrendement al een verlies op, nog erger wordt de situatie wanneer er sprake is van aanhoudende malaise op de aandelenbeurzen, zoals de afgelopen jaren, met name de periode tussen medio 2000 en eind 2004.  Kortom uw verliezen (de door u betaalde rentekosten) zijn in de diepe zakken van Aegon's Spaarbeleg terecht gekomen. Gezien de ruim 100.000 afgesloten SprintPlan-contracten in ons land, gaat het daarbij in totaal om circa 600 miljoen euro.  Daarover gaat onze rechtszaak ! Een zo volledig mogelijke schadeloosstellling van de aangesloten gedupeerden ! 

Maar er is meer

Het hele Sprintplan-concept is een kunstmatig door Aegon/Spaarbeleg opgetuigde constructie, waarmee Aegon het oogmerk moet hebben gehad Sprintplan-deelnemers te foppen. Het Aegon Garantiefonds is speciaal ontworpen voor het Sprintplan. De uitgifteprijs van iedere participatie in dit fonds is (voor iedere maandportefeuille) door Aegon steeds zelf vastgesteld op fls.10,-- (na begin 2002 op euro.5,--) en vertoont derhalve geen  relatie met de hoogte of laagte van de stand van de beursindices waarin het Aegon Garantiefonds belegt. Niet echt belegd overigens, zoals hierna zal blijken gaat het om een nagebootste belegging. De na eind 1998 afgesloten Sprintplan-contracten betrof een belegging door middel van zg. zero coupon obligaties en OTC-opties op de Japanse, Europese en Amerikaanse aandelenbeursindex.  Door de uitgifteprijs van de participaties zelf vast te stellen, in casu op fls.10,--, kon Aegon direct ook de hoogte van de lening bepalen. Was de uitgifteprijs niet vastgesteld op 10,-- maar (bijvoorbeeld) op 5,-- of 1,-- dan zou er (automatisch) worden volstaan met een kredietsom ter hoogte van de helft resp. 1/10 van de kredietsom die feitelijk werd overeengekomen. Ook de maandbetaling (rente) zou dan de helft resp. 1/10  zijn geweest van het nu door Aegon vastgestelde maandbedrag, waarvoor de deelnemer koos.  De deelnemers aan het Sprintplan werden overigens nimmer vooraf geinformeerd over de hoogte van de uitgifteprijs. Ook niet over de karakteristieken van de belegging trouwens. Pas na de totstandkoming van het contract kon deelnemer die uitgifteprijs achterhalen uit de  zg. ''Specifieke bepalingen'' van de desbetreffende maandportfeuille . Verbijsterend ?  Lees dan nog even verder.  Uit die ''Specifieke Bepalingen'' blijkt overigens ook nog dat het om een ''nagebootste belegging'' gaat . Het Aegon Garantiefonds belegde dus helemaal niet zelf in de beursindices waarnaar de folder verwees.  Van dividend rendement (dit maakt normaalgesproken minimaal 20%  uit van het totaalrendement van een aandelen(index)belegging) is er daardoor geen sprake.   Naar wij (ernstig) vermoeden is er bij het Sprintplan niet alleen sprake van een nagebootste belegging, maar ook van een nagebootste lening.  Er is in het laatste geval slechts sprake van een boekhoudkundige truc door Aegon/Spaarbeleg om een deelnemer te laten betalen voor iets dat in werkelijkheid een kansspel is. Meneer A in het voorbeeld hierboven, betaalde in werkelijkheid 24000 gulden voor een lot in de Sprintplan-loterij , om met dit lot mee te dingen naar een prijs  600 gulden voor iedere procentpunt dat de samengestelde index op de einddatum blijkt te zijn gestegen.  

Het is evident dat de Sprintplan-constructie voor de potentiele Sprintplan-deelnemers volstrekt ondoorgrondelijk was. Een team van juristen van de Vereniging Consument & Geldzaken heeft  vele maanden nodig gehad om de Sprintplan-constructie te kunnen  doorzien.  

Een misleidend gepresenteerd en vrijwel kansloos product

Uit naderhand door ons uitgevoerde computersimulaties  van het Sprintplan (over een periode van 25 jaar; periode 1980-2006) is ons gebleken dat een ruime meerderheid van alle maandportefeuilles tot een SLECHTER resultaat leidt dan een deelname aan een gewone spaarrekening (Aegon maakte in de folder zelf  uitdrukkelijk de vergelijking met een spaarrekening). Dit slechtere resultaat was ook al eind 1997 aantoonbaar toen Aegon de eerste Sprintplannen aan het publiek ging aanbieden. Door middel van misleiding zijn tienduizenden overgehaald om te gaan deelnemen aan een van meet af aan vrijwel kansloos product.  Ook misleidend is dat Aegon in de folder (selectief !) verwees naar ''gemiddelde''  jaarrendementen uit het verleden. Ook hiermee zijn deelnemers ''op het verkeerde been gezet''. Een gemiddelde stijging in een bepaald jaar kan volstrekt irrelevant zijn. Bij een Sprintplan kun je bovengemiddelde rendementen behalen gedurende 90% van de looptijd en vervolgens constateren dat in de resterende 10% van de looptijd dit behaalde rendement als sneeuw voor de zon is verdwenen. Iedere statisticus of wiskundige bekend met kansberekeningen kent het fundamentele verschil in uitkomst bij  een ''gemiddelde stijging'' en een (veel relevantere)  ''modale stijging'' (de modus).     

Niet alleen misleiding
Onze pijlen richten zich niet alleen op (straks door de rechter vast te stellen) vormen van misleiding door Aegon/Spaarbeleg. Er is méér, veel méér. Naar de mening van onze juristen is er sprake van een aardige  ''waslijst'' van rechtsinbreuken door Aegon/Spaarbeleg ten aanzien van het SprintPlan. Een kleine niet uitputtende opsomming:

* Op AegonSpaarbeleg rustte een bijzondere zorgplicht jegens haar (potentiele) Sprintplan-deelnemers. AegonSpaarbeleg diende vooraf te controleren of het Sprintplan paste in het uitzonderlijke risicoprofiel van de desbetreffende klant. Dit heeft Aegon nagelaten.  Ter zelfbescherming van de klant !) had Spaarbeleg informatie moeten inwinnen over de financiële positie (inkomen, schulden), de beleggingservaring (bij velen ontbrak die !) en, niet in de laatste plaatst, de beleggingsdoelstelling.  Het sluiten van een beleggingscontract zonder voorafgaand toetsing aan het risicoprofiel van de klant is naar ons oordeel ONRECHTMATIG  !  De rechtspraak van de Hoge Raad over de bijzondere zorgplicht die op banken rust, is ons inziens klip-en-klaar. Deze zorgplicht heeft tot strekking de klant te beschermen tegen gebrek aan ervaring, gebrek aan inzicht (in en met dit soort complexe constructies) en zelfs tegen lichtvaardigheid (zelfs de klant die lichtvaardig vertrouwde op Aegon, wordt dus beschermd !) Aegon heeft meer in algemene zin zijn rol als belangenbehartiger van de klant (artikel 7:401 Burgerlijk Wetboek) volstrekt verzaakt . Het verkopen van dit soort kansloze beleggingsconstructies door een zichzelf gerennomeerd noemende financiele instelling als AEGON is, naar ons oordeel, maatschappelijk onbetamelijk en ook in dit opzicht onrechtmatig ten opzichte van de deelnemers aan het Sprintplan.

*Aegon/Spaarbeleg stelde voor het SprintPlan tussenpersonen ('adviseurs') aan die soms niet eens ingeschreven waren in het Wte-register (Wte staat voor Wet Toezicht Effectenverkeer) bij de overheidstoezichthouder STE (thans Autoriteit Financiële Markten);

* in strijd met de wettelijke regels gaven deze tussenpersonen adviezen met betrekking tot het SprintPlan, waar slechts het aanbrengen van klanten bij Spaarbeleg is toegestaan. Voor advieswerkzaamheden zouden deze tussenpersonen over een vergunning dienen te beschikken. Veel van deze tussenpersonen beschikten niet over zo'n vergunning;

*  Veel, naar onze schatting circa 80%, van de gesloten SprintPlan-contracten zijn naar ons oordeel destijds niet rechtsgeldig tot stand gekomen. Ze zijn, ons inziens, NIETIG.  De reden: Aegon/Spaarbeleg beschikte niet over de wettelijk voorgeschreven vergunning om krediet te mogen verlenen, dat wil zeggen voor de geldlening die onderdeel uitmaakt van een SprintPlan-contract.  Ook heeft Spaarbeleg nog enkele andere wettelijke (beschermings)bepalingen uit de Wet op het Consumentenkrediet (Wck) aan de laars gelapt. In de rechtszaken die tot nu toe zijn gevoerd, lijkt het erop dat iedere rechter een eigen oordeel heeft over de toepasselijkheid van de Wck op aandelenleaseproducten. Tien rechters, tien meningen en vrijwel allemaal verschillend. De vonnissen tot nu toe hebben één aspect gemeen:  er lijkt door rechters vooral naar argumenten te worden gezocht om de Wck maar niet te hoeven toepassen. Een weinig fraai staaltje rechterlijk doelredeneren. Afgewacht moet nu worden of de Hoge Raad straks met dezelfde weerlegbare argumenten komt om de Wck maar niet te hoeven toepassen.  De blijkbaar bestaande koudwatervrees bij rechters om Wck  toe te passen en daar uit voortvloeiende nietigheid, lijkt ook ongegrond, omdat de rechter de gevolgen van nietigheid kan afzwakken.

* enzovoort .....enzovoort